Ongeveer een jaar geleden vond ik
prachtige witte stof met een vleugje glitter op een garageverkoop in Gent. De
vrouw des huizes was hobby-naaister geweest maar stond al even op non-actief,
de man des huizes een fervent rommelmarktganger maar nu de kinderen het huis
uit waren was het huis te groot en werd het verkocht. Nu moesten ze enkel nog
alle inboedel van de hand doen.

Als fervent rommelmarktganger ging
ik er naartoe met een paar vriendinnen. Er waren echte schatten te vinden,
waaronder een prachtige kindernaaimachientje van Ma Cousette, in perfecte
staat. Maar behalve de prachtige stuks was het vooral een reality check, dat ik
moest stoppen met kopen als ik op mijn oude dag niet met een soortgelijke
inboedelverkoop wou eindigen. Op de prachtige zomerdag dat het was, lag de
tuin vol met stof, een eettafel lag volgestapeld met doosjes vol knopen, een
garagebox vol met alle mogelijke naaitoebehoren. Waar ik 1 doosje met
stiknaalden heb, was er daar een megadoos met tientallen doosjes naalden voor
handen. Overdaad dus. Enkel wat ik echt echt wilde, dat mocht ik kopen van
mezelf, zo sprak ik mezelf streng toe. En zo kocht ik naast het Ma Cousette
naaimachientje nog een kartelschaar, wat patroonpapier, breinaalden en de witte
feestelijke stof.


Er was maar een half metertje over, dus ik wist lang niet
goed wat ermee te doen. Tot ik in de stoffenkast de combinatie zag met een
grijze sweaterstof, ook al met een vleugje blingbling. Een typische sweater met
een oersimpel rokje, dat ‘sjiek’ wordt door de stof van het rokje.
Ik nam mijn basismodel voor een
aansluitend rokje gemaakt in de naailes, en maakte een sweater met
raglanmouwen. De mouwen rolde ik om (wel netjes afgewerkt zodat de naad naar
binnen zit), aan de hals maakte ik een belegje en de onderkant werd afgewerkt
met een boord. Ik twijfelde eerst nog om aan de hals iets te verwerken van de
stof van het rokje, maar uit angst voor het deux-pièce gevoel deed ik dit toch
maar niet.
Het rokje werd gevoerd en kreeg
een blinde rits in de zijnaad. Heel eenvoudig, en snel klaar, echt iets
voor mij dus!
Nog een model uit de Jules&Julie boek. De Dublin-muts: heel simpel patroon in een patentsteek.
Ik breide hem met rondbreinaalden, ipv gewone naalden zoals aangegeven in het model. Dit maakte dat ik wel even moest nadenken om de parelpatentsteek zoals beschreven in het boek aan te passen naar rondbreien. Maar na even proberen en nadenken lukte dat wonderwel.
De licht gespikkelde grijze wol vond ik bij Dumpie, Het pomponnetje is een broche die ik kocht bij Monki.
Via de naailes kocht ik deze stof van Terre Bleue aan.
Stoffen genoeg in de kast, dat is het probleem nooit, maar deze stof was toch
net iets feestelijker dan wat ik in mijn voorraad had.
In de naailes gaat het dit jaar over raglan en mini-raglanmouwen. Deze jurk is er eentje met mini-raglan. De halslijn naaide ik eerst gewoon, maar bij een passessie werd de schaar erin gezet.
De stof valt redelijk stijf, dus er zat niet veel meer in dan een recht modelletje. De naad aan de borstneep die ik normaal altijd dien te stikken verwerkte ik nu in de raglan. Zo bekom ik een schuine naad, eens iets nieuws.
Hier wat meer detail van de hals, nadat ik de foto's zag ging ik toch nog eens aan het strijken.
Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn zussen het nieuwste breiboek van Julia'sshop: Jules en Julie.
Een nieuw breiboek met heel veel mooie sobere stuks in, voor kinderen, maar ook voor volwassenen. Vooral over de Barcelona trui was ik erg enthousiast. Deze wordt gebreid met Drops Alpaca wol. Ik kende deze wol al van de sjaal die ik eerder dit jaar maakte en ben grote fan. Het is zo zacht én betaalbaar.
Tijdens het maken van deze trui leerde ik wat dingen bij:
Dat zwarte wol moeilijker te breien is dan andere kleuren wist ik al, maar zwarte bouclé is nog wel een niveautje hoger. De steken zijn nog moeilijker te onderscheiden door alle krulletjes en gevallen steken zijn ook werkelijk quasi verloren. Ik beperkte het breien dan ook tot overdag naast het raam, om zo weinig mogelijk onherstelbare fouten te maken. Om de paar rijen telde ik al mijn steken, zo kon ik nog tijdig de zoektocht naar gevallen steken beginnen indien nodig.
Meestal brei ik een trui in de verschillende stukken die ik dan op het einde in elkaar zet. Bij deze trui worden voor en achterpand al breiend aan elkaar gezet en ook de mouwen maak je door steken op te nemen in de schouder. Dit zorgt ervoor dat op het einde slechts twee naden moeten worden toegemaasd. Heerlijk!
Voor die ene keer dat ik bij het breien de wol gebruik die in het patroon wordt voorgesteld, bleek dit toch minder evident dan gehoopt. Voor een smal model van de barcelona trui zou je vijf bollen nodig hebt. Met die vijf kwam ik echter niet verder dan het voor- en achterpand. Dit zou aan mijn breistijl kunnen liggen, maar het lijkt me wel straf dat ik zó los gebreid zou hebben dat ik daardoor een volledige kraag en twee mouwen niet meer kan breien.
Dit soort fouten is typisch voor breiboeken, je kan moeilijk alle maten van alle modellen eens maken om te weten hoeveel wol je per maat nodig hebt. Dit wordt dus vaak op basis van een berekening bepaald, en dat kan al eens fout lopen.
Maar deze kleine foutjes houden me zeker niet tegen om nog meer stuks uit dit boek te proberen. Zo maakte ik ook al de Dublin muts en ook de Rennes trui staat nog op mijn todo-lijstje.